De Chinese Utopische traditie in The Story of Peach Blossom Spring

Bestaan er Utopische tradities buiten de Westerse variant, of is het Utopisch genre een uitsluitend Westers concept? The Story of Peach Blossom Spring van de Chinese dichter Tao Yuanming (4e eeuw BCE) biedt een interessant perspectief op deze discussie. Het gedicht kan namelijk gezien worden als het begin van een Utopische traditie in China, die bovendien geheel los van het Westen ontstaan is. Een analyse en vergelijking van Tao Yuanming’s Story of Peach Blossom Spring met Utopia van Thomas More, die zowel belangrijke verschillen als opvallende overeenkomsten vertoont, vraagt om een verdere bestudering van Utopische tradities van buiten het Westen voor een beter begrip van het Utopianisme wereldwijd.

Schildering van The Story of Peach Blossom Spring bij het Zomerpaleis in Beijing

De Chinese Utopische traditie in The Story of Peach Blossom Spring

 Het genre van de utopie of utopisch denken wordt dikwijls gezien als een specifiek ‘westers’ genre of westerse denkwijze. Aangezien de theorievorming rondom utopie een westerse geschiedenis heeft en Thomas More’s werk en zijn neologisme Utopia aan de basis van het genre staan, heeft dit consequenties voor het in- en uitsluiten van werken buiten de westerse wereld. Doordat het concept van Utopie en de theorie eromheen uitsluitend op het westen is gericht, ontstaan er problemen bij pogingen niet-westerse varianten te incorporeren in het genre van de utopie. Één van de belangrijkste vragen die hierbij oprijst is of de utopie een uitsluitend westers genre is, of dat het een universeler genre is waarin ook ruimte is voor tradities buiten het westen.

In het eerste geval kunnen er dus geen varianten bestaan buiten het westen, en zou het gebruik van het concept Utopie op deze niet-westerse werken enkel het foutief met westerse concepten bestempelen van concepten waarop dit eigenlijk niet van toepassing is. Socioloog Krishan Kumar stelt in Utopia and Anti-Utopia in Modern Times dat utopisch denken weliswaar meestal een seculier karakter heeft, maar dat de utopische traditie niet heeft kunnen ontstaan zonder een religieuze basis. Bovendien ziet Kumar enkel de Joods-Christelijke religie als de voedingsbodem van de utopische traditie. Hierdoor concludeert hij dat de utopie geen universeel concept is en enkel voorkomt in samenlevingen met een christelijke achtergrond.[1]

In het tweede geval is het concept van utopie iets universeels, waardoor de mogelijkheid ontstaat andere utopische tradities te herkennen en in te brengen binnen het concept Utopie. Dit zou betekenen dat het concept, zoals deze nu bestaat en zoals deze uitsluitend gebaseerd is op de westerse traditie, moet worden aangepast of wellicht worden verruimd, om andere tradities te kunnen omvatten. De gedachte hierachter is dat het niet realistisch is te verwachten dat utopisch denken zich in andere samenlevingen op precies dezelfde manieren manifesteert, maar dat er wel grote lijnen te identificeren zijn die overeenkomen in (bijna) alle vormen van utopisch denken. Literatuurwetenschapper Douwe Fokkema stelde in Perfect Worlds dat hierbij geen sprake is van het plakken van een westers concept op een niet-westerse tekst, maar dat er juist sprake is van een erkenning dat utopisch denken een universeel fenomeen is.[2] De specifieke verschijningen of uitingen van dit utopisch denken kunnen verschillen per samenleving door bestaande culturele verschillen, maar de onderliggende basis of de grotere lijnen vallen onder het fenomeen van utopisch denken. Fokkema stelt dat utopisch denken als universeel kan worden gezien, omdat het verlangen naar een betere wereld een ‘antropologische constante’ is.[3] Ook taalwetenschapper Jacqueline Dutton stelt in haar artikel ‘‘Non-western’ utopian traditions’ dat dit verlangen naar een betere manier van ‘bestaan’ in de wereld, zoals Ruth Levitas het heeft gedefinieerd, een universeel concept is.[4] Vanwege de bestaande problematiek rondom de term ‘Utopie’ richtte zij zich op de ontstaansgeschiedenis van het utopisch denken in het westen. Hierbij stelt ze dat de mythologie rondom het bestaan van een Gouden Eeuw (Golden Age) een belangrijke invloed heeft gehad op het utopisch denken in het westen. Vervolgens vergelijkt Dutton de traditie van de Gouden-Eeuw-mythe in het westen met vergelijkbare vormen in andere samenlevingen. Ze concludeert dat er inderdaad veel vergelijkbare Gouden-Eeuw-mythen bestaan in andere culturen en dat het bestaan hiervan een bewijs vormt voor het erkennen van utopische tradities in andere culturen dan die van het westen.[5]

Zo bestaat er in de China in de confucianistische traditie het concept datong (letterlijk: Grote Harmonie). Deze situatie wordt gezien als een ideale harmonie en hiervan was volgens Confucius sprake in het bewind van koning Wen (ca. 11de eeuw BCE) in de Zhou dynastie (ca. 1045-256 BCE), maar kon opnieuw gecreëerd worden en vormde daarmee de historische inspiratiebron voor Confucius en het daaropvolgende utopische denken.[6] Daarnaast bestaat er ook een vergelijkbare Gouden-Eeuw-mythe in de daoïstische traditie, namelijk de taiping (letterlijk: Grootste Gelijkheid). In de taiping heerst er vrede en rust doordat er een natuurlijk evenwicht is tussen de hemel en de aarde.[7] Beide concepten waren en zijn van grote invloed op het utopische genre in China, en later ook op de utopische traditie van het westen. Daarnaast had de confucianistische traditie ook grote invloed op het ontstaan van een vergelijkbare traditie in Japan.[8]

Als we erkennen dat er inderdaad tradities buiten het westen bestaan die een ‘utopisch’ karakter hebben of dat dit utopisch denken een universeel fenomeen is, zoals Fokkema, Dutton en Sargent hebben betoogd en zoals hierboven kort is beschreven, is het interessant en noodzakelijk de aandacht te richten op de specifieke karakteristieken en mogelijke verschillen van zulke utopische tradities in andere samenlevingen ten opzichte van de utopische theorie van de westerse variant. Een goede manier om deze verschillen en overeenkomsten bloot te leggen is een comparatieve aanpak zoals Jacqueline Dutton voorstelt. Een vergelijking van een ‘niet-westers’ utopisch werk met een westerse variant kan op een duidelijke manier de specifieke bijzonderheden van beide culturele tradities tonen. Het is echter belangrijk om ervan bewust te zijn dat middels deze aanpak de westerse variant als uitgangspunt wordt genomen. Gezien het feit dat de theorievorming rondom utopie van oorsprong westers is, is het echter vrijwel onontkoombaar om vanuit dit westerse uitgangspunt te vertrekken. ‘Afwijkingen’ of liever verschillen ten opzichte van de westerse variant zouden dan ook niet direct gezien moeten worden als minder utopisch of onverenigbaar met het al bestaande idee van utopie.

Al deze eigenschappen kunnen stof zijn voor discussies over mogelijke aanpassingen of verbeteringen in de gevormde ideeën over utopisch denken. Daarnaast is het belangrijk bij het analyseren van historische werken in het algemeen, maar zeker met utopische werken in het bijzonder, dat het idee van wat ideaal is kan zijn veranderd. Wat destijds wellicht als ideaal en positief werd gezien, kan vandaag de dag ook als negatief gezien worden, en andersom.

Zoals hierboven al is beschreven geven de confucianistische datong en daoïstische taiping een indicatie dat er zich in China een of zelfs meerdere utopische tradities bevinden vóór enige aanraking met de westerse variant. Om de utopische traditie in China nader te bestuderen is het interessant te kijken naar een gedicht van Tao Yuanming (365-427) genaamd The Story of Peach Blossom Spring (Taohua yuan ji). Dit gedicht wordt gezien als de beroemdste literaire utopie uit China en heeft vele latere werken in China beïnvloed.[9]

The Story of Peach Blossom Spring

Een analyse van The Story of Peach Blossom Spring van Tao Yuanming, met waar mogelijk vergelijkingen met Thomas More’s Utopia, kan nadere verheldering bieden over de invloed van confucianisme en daoisme in de Chinese utopische traditie. Zowel Thomas More’s Utopia als Tao Yuanming’s The Story of Peach Blossom Spring kunnen worden gezien als staand aan het begin van enerzijds Europa’s en anderzijds China’s utopische traditie. Door deze overeenkomst is het interessant Thomas More’s Utopia waar mogelijk te betrekken in de analyse van The Story of Peach Blossom Spring.

Een eerste interessant punt is de geografische plaats van het gedicht van Tao Yuanming. In de westerse utopische traditie bevindt de beschreven ‘utopie’ zich vaak op een verder onbekend eiland ver weg, of een situatie ver in de toekomst, of zelfs in een parallelle wereld. The Story of Peach Blossom Spring bestaat echter binnen de bestaande grenzen van de Chinese samenleving.[10] Dit sluit niet aan op de bestaande westerse utopische theorie, omdat hierin in het woord utopie besloten ligt dat het gaat om een ‘ou-topos’ of no-place. Dit probleem wordt echter in zoverre weer opgelost in het narratief van het gedicht, doordat de visser na het verlaten de plek niet meer kan terugvinden wanneer hij er doelmatig naar op zoek is. De plaats kan niet gevonden worden; de plaats vindt jou. Op deze manier is de Peach Blossom Spring ook een ou-topos geworden. Volgens Fokkema is dit verschil in geografische plaatsing van de utopie deels te verklaren aan de hand van de verschillen in geografische oriëntatie van Europa en China. Doordat de oriëntatie van Europa op de Middellandse Zee en de oceanen ligt, zijn de geografische locaties van de utopieën eilanden.[11] Het is waarschijnlijk geen toeval dat Thomas More’s Utopia kort na de eerste succesvolle Europese vaarexpedities naar de Nieuwe Wereld of Amerika’s is geschreven. De geografische oriëntatie van China ligt volgens Fokkema veel sterker op het eigen binnenland. Hij benadrukt dat de hoofdsteden van China, zoals Beijing en Nanjing, redelijk ver van de kust liggen.[12] Daarnaast onderscheidt Fokkema ook dat de grenzen van China veel minder scherp zijn dan in Europa, waardoor ook utopische plaatsen noodzakelijkerwijs binnen het Chinese imperium vielen.[13] Dit is ook terug te herkennen in het utopische denken van Confucius. De ideale situatie datong viel binnen de grenzen van het Chinese imperium, maar wel in het verleden, waardoor ook hier toch sprake is van een ou-topos. In de Chinese Utopische traditie is dus wel sprake van een ou-topos, maar deze wordt op een andere manier gecreëerd dan in de westerse traditie.

Daarnaast is er nog een andere invloed van Confucianisme zichtbaar in The Story of Peach Blossom Spring en de hieruit volgende Chinese utopische traditie. Confucianisme houdt zich hoofdzakelijk bezig met de deugden van de mens, ofwel de moraliteit van de mens. Het collectief of de samenleving is in balans en functioneert ‘goed’, als alle individuen zich ‘goed’ of deugdelijk gedragen. Hierdoor ligt er veel macht bij de individuen, omdat de datong bereikt kan worden door de actieve morale verbetering van individuen. Deze preoccupatie met deugdelijkheid of moraliteit is ook van toepassing op de regering of overheid. Deze kan volgens het confucianisme alleen ‘goed’ zijn, wanneer alle individuen in de overheid goed zijn.[14] Het gevolg van de nadruk op de moraliteit in deze confucianistische filosofie is dat er verder weinig aandacht wordt besteed aan andere aspecten van de samenleving, zoals de politieke of sociaal-economische, zoals dit wel sterk naar voren komt in de lange beschrijvingen van More’s Utopia waarin de situatie uitvoerig wordt uitgewerkt. In The Story of Peach Blossom Spring wordt geen beschrijving gegeven over deze aspecten van de utopie. De nadruk ligt juist op de deugdelijkheid van de bewoners:

 ‘The rest all invited him to their homes in turn, and in each house food and wine were set before him.’[15]

Hierin komt de goede deugd en vriendelijkheid van de bewoners naar voren, want alle bewoners nodigen de visser uit en behandelen hem met grote gastvrijheid. Er zijn wel enkele korte verwijzingen naar de sociaal-economische situatie. De eerste is dat de bewoners wonen en werken op het land en boerderijen. De tweede betreft de kleding van de bewoners.

‘Both the men and the women dressed in exactly the same manner as people outside;’[16]

Dit lijkt een verwijzing te zijn naar een bepaalde vorm van gelijkheid en tegelijkertijd simpliciteit. Bovendien wordt op deze manier op een korte wijze duidelijk gemaakt dat er overeenkomst is met de kleding in de buitenwereld, waardoor verdere beschrijving van de kleding kan worden weggelaten.

Ook is de preoccupatie met het verleden van het confucianisme terug te zien in het gedicht van Tao Yuanming. Hoewel het gedicht zich in de eigen tijd van de auteur afspeelt, wordt in het gedicht duidelijk gemaakt dat de bewoners van de Peach Blossom Spring een geschiedenis hebben. Hun voorouders zijn tijdens de Qin (Ch’in) dynastie (221-206 BCE) gevlucht, vonden deze verborgen plaats en zijn vervolgens nooit meer weggegaan of in aanraking gekomen met de buitenwereld. Dit is ongeveer vijf eeuwen verwijderd van de tijd van Tao Yuanming.

‘For their part they told how their forefathers, fleeing from the troubles of the age of Ch’in, had come with their wives and neighbours to this isolated place, never to leave it. From that   time on they had been cut off from the outside world.’[17]

Doordat de bewoners sindsdien afgesloten zijn geweest van de buitenwereld en in vrede leven, wordt een gevoel van nostalgie gecreëerd in dit gedicht. De bewoners van Peach Blossom Spring staan los van de roerige periode waarin Tao Yuanming schrijft, en lijken nog steeds zoals in het verleden te leven. Deze focus op het verleden als inspiratie voor het heden is een duidelijke invloed van het confucianisme.

Daarnaast is er nog een overeenkomst tussen de utopische Peach Blossom Spring en de westerse variant zoals More’s Utopia. Anders dan veel ‘Tuin van Eden’ verhalen waarin geen van de bewoners zijn tijd aan ‘werk’ hoeft te besteden, bevatten zowel Utopia als de Peach Blossom Spring een harmonieuze samenleving waarin wel degelijk wordt gewerkt. Dit werken kan zelfs gezien worden als een belangrijk aspect van de harmonie. Het werken is een deugdelijk en gewaardeerd onderdeel en maakt dat de samenleving zo harmonieus en vredig in elkaar steekt. Ook in Utopia van Thomas More wordt werken niet als een negatief maar juist een positief aspect van de samenleving beschouwd.

Een andere overeenkomst is dat in beide werken gebruik wordt gemaakt van een reiziger die de utopie per toeval tegenkomt of ‘ontdekt’. Zowel de visser in het gedicht van Tao Yuanming als Raphael Hythlodaeus in Utopia zijn buitenstaanders die in aanraking komen met een uitzonderlijk ‘andere’ samenleving dan waar zij zelf vandaan komen. Dus hoewel de stijlen van de twee werken enorm van elkaar verschillen, met de uitvoerige beschrijvingen in Utopia en het korte gedicht van Tao Yuanming, is er wel een duidelijke overeenkomst tussen de rol van de protagonisten en hoe zij in aanraking komen met de utopie.

Overigens moet niet worden vergeten dat de historische context van beide werken fundamenteel verschillen. Naast dat de werken in hele andere culturele contexten zijn verschenen en dat die verschillen een grote rol spelen in de vorming en uiterlijk van de werken, is het belangrijk te realiseren dat er een grote tijdsperiode tussen het verschijnen van de werken bestaat. Zo is het gedicht van Tao Yuanming verschenen in de 4e eeuw BCE en het werk van Thomas More in de 16e eeuw CE.

Kortom, in bovenstaande analyse en vergelijking wordt duidelijk dat er naast specifieke karakteristieke verschillen ook duidelijke overeenkomsten bestaan tussen de Chinese utopische traditie zoals deze verschijnt in The Story of Peach Blossom Spring en de westerse traditie zoals deze verschijnt in Thomas More’s Utopia. Hoewel dit slechts een analyse betrof van één Chinese literaire utopie samen met één westerse, kan worden gesteld dat door de grote invloed die beide werken op de Chinese respectievelijk de westerse utopische traditie hebben gehad, een vergelijking tussen deze twee werken een sterk beginpunt is voor verdere analyse van utopische tradities buiten het westen, vanwege de navolging in andere, latere werken. Dit is ook belangrijk voor een beter begrip en analyse van latere utopische werken, waarin aanraking met de westerse utopische traditie zichtbaar wordt. Er kan niet meer simpelweg worden gezegd dat vanaf deze aanraking de werken in andere culturen direct tot de westerse utopische traditie zouden moeten worden gerekend. Nader onderzoek zou zich kunnen richten op de manier waarop er in deze werken zowel onderdelen uit de westerse traditie worden geïncorporeerd, als dat er sprake is van mogelijke doorwerkingen uit de eigen utopische traditie. Bovendien kan worden afgevraagd of er wel sprake is van enkel een eenrichtingsverkeer van westerse invloeden in andere utopische tradities, of dat er niet eerder sprake is van een uitwisseling, waarin wellicht sommige van de bovenstaande elementen juist een intrede hebben gedaan in de westerse traditie. Er zou sprake kunnen zijn van een bepaalde dialectiek tussen utopische tradities van verschillende culturen op de wereld, zowel in het heden als al eerder in het verleden. Dit is een interessant uitgangspunt voor verder onderzoek, waarin de utopische tradities van ‘niet-westerse’ culturen meer tot hun recht zouden kunnen komen.

[1] Krishan Kumar 1987 , 19 uit L.T. Sargent Utopianism: A Very Short Introduction (2010) 66.

[2] Douwe Fokkema, Perfect Worlds: Utopian Fiction in China and the West (Amsterdam: AUP, 2011) 165.

[3] Fokkema, Perfect Worlds, 165.

[4] Jacqueline Dutton, ‘’’Non-western’ utopian traditions,’’ in The Cambridge Companion to Utopian Literature, ed. Gregory Claeys (Cambridge: CUP, 2010) 250.

[5] Dutton, ‘’’Non-western’ utopian traditions,’’ 250.

[6] Daniel K. Gardner, Confucianism: A Very Short Introduction (Oxford: UOP, 2014) 10-11. Dutton, ‘’’Non-western’ utopian traditions,’ 242.

[7] Dutton, ‘’’Non-western’ utopian traditions,’’ 242.

[8] Lyman T. Sargent, Utopianism: A Very Short Introduction (Oxford: UOP, 2010) 66-71.

[9] Fokkema, Perfect Worlds, 6.

[10] Fokkema, Perfect Worlds, 24.

[11] Fokkema, Perfect Worlds, 23.

[12] Ibid.

[13] Fokkema, Perfect Worlds, 24.

[14] Gardner, Confucianism, 14-15.

[15] Cyril Birch, trans.,(ed.), The Anthology of Chinese Literature, Volume I: From Early Times to the Fourteenth Century (New York, 1965), 167-168.

[16] Ibid.

[17] Ibid.

Bibliografie

  • Birch, (ed.), The Anthology of Chinese Literature, Volume I: From Early Times to the Fourteenth CenturyNew York, 1965.
  • Dutton, Jacqueline. ‘’’Non-western’ utopian traditions.’’ In The Cambridge Companion to Utopian Literature, edited by Gregory Claeys, 223-258. Cambridge: Cambridge University Press, 2010.
  • Fokkema, Douwe. Perfect Worlds: Utopian Fiction in China and the West. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2011.
  • Gardner, Daniel K. Confucianism: A Very Short Introduction. Oxford: Oxford University Press, 2014.
  • Kamur, Krishan. Utopia and Anti-Utopia in Modern Times. Oxford: Basil Blackwell, 1987.
  • More, Thomas. Edited and translated by George M. Logan and Robert M. Adams. New York: Norton, 2011.
  • Sargent, Lyman T.. Utopianism: A Very Short Introduction. Oxford: Oxford University Press, 2010.
Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s