De tirannie van hebzucht: Een kritische analyse van Ayn Rands utopie

Zoals blijkt uit andere essays uit The New Utopians project, zijn utopieën voornamelijk verhalen die eerder maatschappijkritiek leveren dan dat zij de insteek hebben om geheel te worden verwerkelijkt. Dit maakt de rechtse utopie even bruikbaar voor analyse als de linkse utopie. In dit essay zal eerst de rechtse utopie van Ayn Rand worden beschreven, waarna deze naast de utopieën van Marx en de zijnen wordt gezet om een vergelijkende analyse uit te voeren.

Belief-Web-TH_4

Belief, Archival Pigment Print, ©

De tirannie van hebzucht:
Een kritische analyse van Ayn Rands utopie

De utopie wordt vaak omschreven en bestudeert vanuit een socialistisch oogpunt. Denk hierbij aan de werken van Henri de Saint-Simon, Charles Fourier, Jean-Baptiste Godin, Étienne Cabet, Robert Owen en vele anderen. Omdat zij allen in de (eerste helft van de) negentiende eeuw werkten, wijst Peter Fitting deze eeuw aan als periode waarin de termen ‘utopie’ en ‘socialisme’ een haast tautologische relatie krijgen. Sinds de jaren 1970’ is hier echter verandering in gekomen. De relatie tussen utopisme en socialisme werd vanaf toen gezien als het product van de tijdgeest. Een product dat commentaar uitte op de maatschappelijke werkelijkheid. Dit betekende dat socialisme niet meer als kenmerkend aspect kon worden gezien voor utopie. Zodoende werd de deur geopend voor rechts-georiënteerde utopieën.[1]

Toch blijken de essenties van beide soorten utopieën fundamenteel van elkaar te verschillen en zijn zij op sommige vlakken zelfs elkaars tegenpolen. Dit komt omdat beide soorten een eigen doel hebben. Zo stelt Fitting dat de traditionele socialistische noties van egalitarisme in tegenspraak zijn met de ‘elitaire’, ‘seksistische’, ‘individualistische’ en ‘racistische’ ‘droomwerelden’ van rechts. Ook blijken beide politieke stromingen een andere benadering te hebben ten opzichte van de status quo. Waar de linkse utopieën veelal een kritiek leveren op de bestaande maatschappij met eigendomsrecht en ongelijke verhoudingen, lijken de rechtse utopieën (grosso modo) de ideologische werkelijkheid alleen maar te willen herbevestigen en vervolgens (opnieuw) verder door te voeren.[2] Zo wijzen verschillende personages in Ayn Rands Atlas Shrugged op de teloorgang van oude Amerikaanse idealen.[3]

Zoals blijkt uit andere essays uit dit New Utopians project, zijn utopieën voornamelijk verhalen die eerder maatschappijkritiek leveren dan dat zij de insteek hebben om geheel te worden verwerkelijkt.[4] Net als Fittings definitie maakt dit de rechtse utopie even bruikbaar voor analyse als de linkse utopie. In wat volgt zal eerst de rechtse utopie van Ayn Rand kort worden beschreven, waarna deze naast de utopieën van Marx en de zijnen worden gezet om een vergelijkende analyse uit te voeren.

Atlas Shrugged

‘Who is John Galt?’, het is de mantra van Ayn Rand’s magnum opus Atlas Shrugged en waarop dit essay uiteindelijk antwoord tracht te geven. In dit boek beschrijft Rand misschien wel de meest bekende politiek-rechts georiënteerde utopie. Het verhaal draait om de staking van de prime-movers van de wereld: de kapitalistische elite. Zij laten de rest van de Verenigde Staten, de second-handlers – onbekwaam als zij zijn – over tot hun eigen lot. Zonder de kapitalistische elite betekent dit dat de maatschappij langzaam maar zeker ingestort. De elite daarentegen geniet in een utopische wereld genaamd Galt’s Gulch.

Deze utopische wereld, geschoeid op de leest van Rand’s objectivistische filosofie, leren wij kennen door de ogen van Dagny Taggart. Terwijl de Verenigde Staten snel achteruit gaan door de herdistribuering van kapitaal, bureaucratie en kosten van de verzorgingsstaat, probeert Dagny haar Taggart’s Transcontinentale Spoorwegen in leven te houden. Dit gaat echter niet zonder slag of stoot; steeds weer wordt zij belemmerd door haar incapabele broer (James), bureaucraten en politici. Ondertussen verdwijnen steeds meer prime-movers op mysterieuze wijze. Gezien de omvang van het boek kan het plot niet in detail worden besproken, maar waarna Dagny een defecte perpetuum mobile heeft gevonden en zij deze wilt laten repareren door een mechanicus verdwijnt ook deze intellectueel per vliegtuig. Dagny achtervolgt hem, crasht, en ontdekt de utopische wereld van Rand:

This was her world, she thought, this was the way men were meant to be and to face their existence – and all the rest of it, all the years of ugliness and struggle were only someone’s senseless joke.[5]

Deze utopische wereld blijkt afgeschermd te zijn van de buitenwereld door een soort luchtspiegel die de omgeving vanaf de buitenkant laat lijken op een onbeklimbare berg.[6] De binnenwereld daarentegen is voorzien van alle denkbare pracht en praal – zo staat er een metersgrote gouden dollarteken in het midden van Galt’s Gulch – zoals de utopie heet. De economie van deze plek blijkt te zijn gebaseerd op een monopoliesysteem: er is maar één bank, één supermarkt, één vliegtuigmaker etc.[7] Voordat iemand in deze utopie kan worden opgenomen moet men echter wel eerst enkele beloftes afleggen: in de buitenwereld – waar iedereen nog regelmatig komt – mag men geen werk verrichten waar anderen profijt van hebben. Zo leeft er een bekende filosoof in Galt’s Gulch die in zijn gewone leven hamburgers draait bij een lokale snackbar. De inwoners van Galt’s Gulch moeten daarbij ook zweren dat zij nooit filantropische daden zullen verrichten.[8] De gemeenschap van Galt’s Gulch is vrijwel wetteloos: ‘We are not a state here, not a society of any kind – we’re just a voluntary association held together by nothing but every man’s self-interest’.[9] De enige ‘wet’ lijkt dan ook het najagen van het eigen geluk te zijn: een soort pursuit of happiness. Het doel: de Verenigde Staten ‘resetten’ zodat de prime-movers de wereld opnieuw kunnen opbouwen volgens de filosofie die Galt in een monoloog van een kleine tachtig pagina’s uiteen probeert te zetten: ‘when [the old world] collapse[s] and the road is clear – then we’ll come back to rebuild the world’.[10]

Atlas Shrugged is de literaire verwezenlijking van Rands objectivisme. Het is een koppeling tussen hedonisme en utilitarisme voor het individu. Volgens Rand is het alleen mogelijk om via kapitalisme deze ‘natuurlijke’ kwaliteiten te benaderen; het is het enige systeem waarin de mens vrij kan leven als een rationeel wezen.[11] Kapitalisme, met andere woorden, biedt de ruimte om alle behoeften te bevredigen. En dat is noodzakelijk voor een goed leven: ‘the achievement of his own happiness is man’s highest moral purpose’. Misschien wel het meest extreme personage in het boek is Ragnar Danneskjöld. Hij wilt de natuurlijke situatie herstellen door de ‘Robin Hood’- mentaliteit van de verzorgingsstaat te vernietigen.

Robin Hood … he was the man who robbed the rich and gave to the poor. Well, I’m the man who robs the poor and gives to the rich – or, to be exact, the man who robs the thieving poor and gives back to the productive rich.[12]

In navolging van Rands afkeer tegen altruïsme en staatsinterventie beschrijven de rechtse utopieën die Rand in haar kielzog volgen een economisch systeem dat gebaseerd is op een laissez-faire model en concurrentie. Dit model kent ook een neerslag in de privésfeer. In haar eigen dagboeken werkt Rand dit idee uit: ‘only the man who made himself able to live is worthy to live – which means: the man fit to survive, can survive – which means: the intellectual (and moral) ”survival of the fittest”’[13]

Er zitten echter wat kinken in Rand’s kabel. Alan Clardy deconstrueerde de wereld van Rand op logische adequaatheid en kwam tot de conclusie dat Galt’s Gulch een onmogelijk ideaal neerzet. Hoewel niets mag worden ‘gegeven’ gaat Dagny weldegelijk naar verschillende diners waar zij niet voor hoeft te betalen. In het boek wordt verder de nadruk gelegd op het feit dat de inwoners van Galt’s Gulch een association zijn, geen gemeenschap, die uit radicaal individuele doelstelling handelen. Toch wordt Dagny gered door John Galt als zij met veel geweld Galt’s Gluch binnenkomt. Ook zorgt Galt’s liefde voor Dagny voor het feit dat Galt naar de buitenwereld vertrekt om haar te beschermen ‘a selfless act that is ultimatly responsible for his capture and torture’.[14]

Een ander kritiekpunt dat Clardy aansnijdt is de onderliggende assumpties van het monopoliesysteem in Galt’s Gulch. Zoals gesteld kent deze utopie een dwangloos monopoliesysteem: het gaat ervan uit dat de dreiging voor competitie even goed werk als de daadwerkelijke competitie. Hier liggen echter wel twee assumpties aan ten grondslag: 1) het moet voor iedereen even mogelijk zijn om een concurrerend bedrijf te starten 2) niemand maakt misbruik van zijn of haar machtspositie. Maar, vraagt Clardy zich af, zou een bank wel echt geld uitlenen aan een mogelijke concurrent?[15] Ook is onduidelijkheid waar al het bouwmateriaal vandaan komt, wie er voor de kinderen zorgt, waar alle vrouwen zijn en ga zo maar door. Het is allemaal gefundeerd commentaar dat Clardy uit, maar gaat echter wel voorbij aan het feit dat een utopie niet te verwezenlijken is en daardoor a priori niet altijd even logisch in elkaar steekt. Deze argumenten kunnen dan ook niet als steekhoudend worden gezien. Wel kan Rands utopie naast die van de linkse utopieën worden gelegd.

Links en rechts

Zowel de linkse utopie van Marx c.s., als de rechtse utopie van Rand formuleren een soort ‘rechten van de mens’. Voor Marx is dat gelijkheid op basis van collectiviteit, voor Rand is dat vrijheid op basis van individualiteit.[16] Linkse utopisten stellen namelijk dat wanneer een individu wordt geïsoleerd van zijn geheel, hij zijn essentie van zijn ‘zijn’ verliest. Dit omdat hij niet meer in relatie staat tot de totaliteit en daardoor geen referentiekader heeft. Voor Rand en andere rechtse utopisten is het direct omgekeerd: hoe losser men staat van de ander, hoe meer vrijheid men heeft. Daardoor zou iemand zelf kunnen nadenken en de vrijheid hebben om te produceren. Voor Rand is zelf nadenken en beleven essentieel aan vrijheid omdat alles ‘is’ zoals het zou moeten ‘zijn’ voor het individu. Een persoon is bij Rand, in navolging van Hume, geboren zonder a-priori kennis of een vaste set emotionele mechanismen (kortom: de mens als tabula rasa). Om moraliteit te kweken moet de mens aan de hand van fysieke en emotionele sensatie oordelen of iets goed of slecht is. Als iets ‘natuurlijk’ slecht is, wordt het ook zo opgevat. Door zelf na te denken en actief te beleven kan men deze moraliteit zelf aanleren. Omdat ieder mens zo’n essentie op zijn of haar eigen wijze ervaart betekent dit ook dat ieder mens zijn of haar eigen moraliteit kent. Dit betekent ook dat de mens de verplichting naar zichzelf heeft om datgene te produceren (of te kopen) wat men zelf als goed ervaart.[17] Zoals Rand stelt: ‘the physical sensation of pleasure is a signal indicating that the organism is pursuing the right course of action’.[18]

Linkse utopische denkers kijken hier anders tegenaan. Om een mens te zijn, stelt Herbert Marcuse, moet men eerst de rechten van alle mensen erkennen, zowel op economisch en sociaal vlak. Deze rechten zijn universeel en dus solidair van aard.[19] Het verschil tussen goed en slecht is bij de linkse denkers dan ook niet gestoeld op individuele basis, maar op de meerderheid. Het nadenken waar Rand het over heeft is hier alleen het zoeken naar nieuwe opties voor het collectief. Nadenken hoeft echter niet altijd in dienst te staan van het collectief, maar kan ook een persoonlijke doel hebben. Dit is echter niet om gelukkiger te worden, zoals bij Rand, maar om het (on)geluk beter te kunnen duiden.[20] Gechargeerd gezegd vragen linkse utopisten zich af of de Henk en Ingrid ’s van onze maatschappij ’s ochtends wel echt peinzend wakker worden met het gemis van de kennis uit de geesteswetenschappen om hun eigen existentiële vragen te beantwoorden. Het enige dat je zou kunnen aanmerken is dat zij hun belevingen meer reïficeren dan abstraheren.

Een links-utopisch denker zou echter vraagtekens zetten bij Rands notie van moraliteit. De ‘second-handlers’ zouden in Rands utopie dus zijn overgelaten aan de hedonistische ‘prime movers’. Rand antwoord hierop dat ‘no man … has the right to … initiate the use of physical compulsion against any man’.[21] Toch is dit antwoord amigu te noemen. Gezien haar eerdere definities over wat een mens een mens maakt, zouden volgens Rand de second-handlers niet bestaan uit échte mensen, waardoor er een soort uber- en untermensch onderscheiding ontstaat. Dit zou de weg open breken voor de hedonistisch gestuurde movers om te doen en te laten wat zij willen.

Individualisme en solidariteit

In zijn Towards a Critical Theory of Society gaat Marcuse in op dit onderscheid van wat Rand dus de ‘prime movers’ en de second-handlers’ zou noemen. Waar technologische en financiële vooruitgang volgens Rand de mens vrijer zou gaan maken plaatst Marcuse enkele vraagtekens achter deze aanname. Sinds de industrialisatie is de (westerse) wereld dan wel ontwikkeld tot een complexer geheel dat kapitaal krachtiger is, niet iedereen heeft even veel kans gehad om de vruchten van deze ontwikkeling te plukken. Repressie, stelt Marcuse, is vandaag de dag vooral een werkelijkheid geworden doordat de second-handlers, zoals Rand deze zou noemen, zich steeds verder vervreemd voelt van de wereld. Weliswaar ziet Rand deze vervreemding als een overwinning, zij gaat voorbij aan het feit dat deze vervreemding niet uit eigen beweging is begonnen en dat de elite niet als deus ex machina – zoals soms het geval lijkt in Atlas Shrugged – zomaar ter aarde kwam en rijk was. Dit valt wellicht concreter uit te leggen aan de hand van Hegel. Volgens zijn Phänomenologie des Geistes is de meester vrij omdat hij de dienaar overheerst. Marcuse bekijkt deze opvatting echter vanuit een ander oogpunt. [22] De meester is juist vrij en kan zijn of haar behoeften bevredigen alleen omdat hij afhankelijk is van de dienaar. Figureren als Ragnar Danneskjöld die zich tegen de the thieving poor keren zouden volgens Marcuse voorbij gaan aan de vraag over hoe zij op hun positie terecht zijn gekomen en ten kosten van wie.

Ook hier lijkt Rands objectivisme dus schreef te lopen. Rand praat dan wel over survival of the fittest in een systeem waarin iedereen gelijke kansen krijgt, maar niets is minder waar. Het is eerder een systeem waarin de the thieving poor worden misbruikt voor de hedonistische prime-movers. Daarom, stelt Marcuse, zolang de mens de rijkdom van de industriële vooruitgang niet goed kan delen zal eigendom altijd zorgen voor dominantie van de ene mens boven de ander. Omdat de ander ‘geketend’ is aan de productie van de rijkdom van de prime movers: ‘if the human existence is no longer objectified, and no longer exhausts itself, in alien and alienable things, the way is opened for the mutual recognition of men as free individuals.’[23] Met andere woorden: Marcuse is een pleitbezorger van solidariteit en plaatst zich daarmee tegenover Rands individualisme.

Het is deze botsing tussen solidariteit en individualiteit die Martha A. Bartter als kenmerkend verschil aanwijst tussen utopie en dystopie. In Ayn Rands wereld draait het volgens haar om de dood van de ‘ik’, dat lijkt in directe tegenspraak te zijn met Rands noties maar Bartters redenering gaat als volgt: vrijheid is nodig voor individualiteit, maar het maakt de mens in een ‘happy machine’. De mens wordt een slaaf van het bevredigen van zijn of haar eigen behoeften in haar hedonistische systeem. Voorts hebben wij zonet kunnen lezen dat algemene vrijheid en individualiteit in directe tegenspraak lijken te zijn omdat een meester vrij is ten kosten van de vrijheid van zijn dienaar. Vrijheid belemmert dus algemeen geluk. In de woorden van Hume: ‘insured happiness for the greatest number can only be achieved by abolishing freedom’.(Kathryn Hume (fantasy and mimesis 111; geciteerd in google boek 14) In het verlengde hiervan moet naar de functie van geschiedenis worden gewezen. In het nawoord van Atlas Shurgged stelt Rand dat geschiedenis niet nodig is om zelfbewustzijn te kweken, een notie die gevaarlijk dichtbij de dystopie van Orwell’s Ninneteen Eigthy-Four komt en zijn ‘double-speak’. Om het doel van een utopie juist kracht bij te zetten en mensen te mobiliseren moet er juist worden teruggegrepen op waarom het anders moet zijn.[24]

Vervreemding en solidariteit

Ook Pierre Bourdieu onderzocht het rechts-utopische gedachtegoed. En net als Marcuse komt hij tot de conclusie dat het alleen maar zorgt voor systematische exploitatie van anderen. Alleen aandeelhouders, conservatieve politici en industrialisten zouden volgens Bourdieu met zo’n model profiteren van deze ´survival of the fittest´.[25] De praktijk onderschrijft deze stelling: landen als China zien hun productie dan weliswaar stijgen, maar er is geen sprake van ´gelijke kansen´. Sterker nog, de arbeidersklasse ziet de mogelijkheden alleen maar verder afnemen. Zij mogen zich niet unificeren in de vorm van vakbonden, hebben vaak geen contract en als dat wel het geval is, is dit maar voor een korte periode. Het gevolg hiervan is dat het welzijn afneemt en de criminaliteit toeneemt.[26] Om nog maar te zwijgen van de ecologische consequenties door ontbossing en milieuvervuiling. Voor Rand is dit laatste overigens een kenmerk voor het succes van het kapitalistische systeem: ´she praised pollution as a definitive sign of progress in the human struggle against nature´.[27]

Brain Stableford stelt dat ook deze laksheid naar het milieu een gevolg is van vervreemding. Het concept ‘vervreemding’, gepopulariseerd door Marx in zijn Das Kapital, kende namelijk al een eerdere betekenis waarbij men verwees naar de vervreemding van de natuur. Aan de hand van Thomas Carlyle legt Stableford deze relatie uit. Carlyle stelt dat de arbeider vervreemdt van de natuur omdat hij bijvoorbeeld door de industrialisatie wordt gedwongen om de nacht/dag cyclus te breken met kunstmatig licht om te kunnen produceren. Omdat de arbeider in de wereld van Rand ‘geketend’ zou raken aan het produceren van goederen voor Rands bewegenaars, zou hun relatie met de natuur afnemen.[28] In deze lezing is de breking tussen mens en natuur dus niet een signaal voor vooruitgang, maar van achteruitgang voor de mens en zelfs het individu.

Conclusie:

De essentie van de rechtse utopieën enerzijds en de utopieën van links anderzijds blijken fundamenteel van elkaar te verschillen. Waar het bij links draait om de solidariteit, egalitarisme en collectiviteit, zien wij dat Ayn Rand c.s. een droomwereld voor zich zien die alleen gefocust is op individualiteit en eigendom. Hebzucht kent bij Rand dan ook geen negatieve connotatie.

Wel formuleren zowel Marx als Rand een soort inherente rechten waar de mens over moet beschikken. Bij Rand betekent dit dat de mens ongelimiteerd moet zijn door wetgeving. Men moet alleen elkaars eigendom respecteren en mag geen fysieke kracht gebruiken om zijn of haar wil door te duwen. Aan de hand van ieders eigen beleving kweekt men een eigen moraliteit over wat goed is en wat slecht is. Door te kopen, te produceren en te beleven wordt mens daarbij in al zijn behoeften bevredigd.

Gezien het feit dat Rand echter een onmiskenbare categorisering van mensen opzet is het echter de vraag of iedereen onder deze regel valt: ‘only the man who made himself able to live is worthy to live’. De second-handlers mogen dan wel omschreven worden als de the thieving poor, Marcuse stelt dat juist de prime-movers hun positie te danken hebben aan diezelfde second-handlers. Zolang er een onderscheid bestaat tussen meester en dienaar (om de linkse terminologie even te lenen), waarbij de dienaar een instrument is voor het geluk van de hedonistische meester, zal hier geen verandering in komen.

De negatieve connotaties die aan begrippen als ‘survival of the fittest’ en ‘vervreemding’ kleven blijken daarbij nog steeds aanwezig in de ‘droomwereld’ van Rand. De crises sinds 2008 zijn emblematisch voor de tekortkomingen van Rands systeem. Marx voorzag al dat de cyclische bewegingen van het kapitalistische systeem endemisch waren, maar de gebeurtenissen in 2008 lijken daar de overtreffende trap van te zijn. Het feit dat bankiers werden gered met geld van het collectief bevestigd eens te meer dat Ragnar Danneskjöld kreet over Robin Hood misschien toch niet werkelijkheid blijkt te zijn. Ik begon mijn essay met de vraag ‘Who is John Galt?’. Het antwoord moge inmiddels duidelijk zijn. Om met de woorden van de altijd polemische Slavoj Žižek te gebruiken: ‘John Galt is the idiot responsible for the 2008 financial meltdown’.[29] Een wereld gebaseerd op hebzucht is geen utopie, maar een tiranniek systeem.

David van Oeveren

[1] Peter Fitting, “Utopias Beyond Our Ideals: The Dilemma of the Right-Wing Utopia,” Utopian Studies 2 (1991): 95.

[2] Fitting, “Utopias,” 98.

[3] Hiermee wordt impliciet verwezen naar de bekende frase ‘Life, Liberty and the Pursuit of Happiness’ in de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring. Waarbij de pursuit of happiness op Lockeiaanse wijze wordt gelezen als pursuit of property.

[4] Lees hiervoor het essays van Aster Hoving, Solange Manche en Wouter van Leeuwen.

[5] Ayn Rand, Atlas Shrugged (New York: Signet, 2007), 644.

[6] Rand, Atlas Shrugged, 646.

[7] Alan Clardy merkt op dat er twee soorten monopoliesystemen zijn: (1) coercive monopolies: monopolies die door staatscontrole ontstaan en zelf de prijs en productie in hand hebben (2) noncoercive monopolies: monopolies die hun dominante positie verkrijgen door bekwaam de markt in te schatten; het soort wij terugvinden in Atlas Shrugged. Ondanks dat een bedrijf een monopolie positie heeft blijft deze monopolie marktafhankelijk. Er bestaat immers altijd een kans dat een nieuw bedrijf hen wegconcurreert. Alan Clardy, “Galt’s Gulch: Ayn Rand’s Utopian Delusion,” Utopian Studies 23 (2012): 260.

[8] Rand, Atlas Shrugged, 706.

[9] Ibid., 695. Nota bene: in een van zijn monologen stelt John Galt dat er wel een instituut moet zijn die de binnen- en buitenlandse veiligheid moet waarborgen in samenwerking met een rechtssysteem om eigendom te beschermen. Ibid., 1063.

[10] Ibid., 748.

[11] Ayn Rand, Nathaniel Branden, Alan Greenspan & Robert Hessen, Capitalism: the unknown ideal, (New York: Penguin, 1986), vii.

[12] Rand, Atlas Shrugged, 576.

[13] Ayn Rand & Leonard Peikoff, The Journals of Ayn Rand (New York: Penguin, 1999), [geen paginering].

[14] Clardy, “Galt’s Gulch,” 246-247.

[15] Ibid., 247-248.

[16] Tomas J.F. Riha, “Rand’s Egoism and Marx’s Collectivism: An Ethical Perspective,” International Journal of Social Economics 21 (1994): 66.

[17] Riha, “Rand’s Egoism,” 69; Ayn Rand, The virtue of Selfishness (New York: New American Library, 1964), 23.

[18] Rand, The virtue of Selfishness, 18.

[19] Riha, “Rand’s Egoism,” 70; Herbert Marcuse, Negations (Harmondsworth: Penguin. 1968) 72.

[20] Marcuse, Negations, 66.

[21] Rand, The virtue of Selfishness, 24-26.

[22] Herbert Marcuse, Towards a Critical Theory of Society: collected papers of Herbert Marcuse vol. 2, Ed. Douglas Kellner, (New York: Routledge, 2001), 83-85.

[23] Marcuse, Towards a Critical, 87.

[24] Nota bene: in Atlas Shrugged wordt overigens ook teruggegrepen op geschiedenis. Zo is het ideaaltype van Rand in het boek gebaseerd op de oude idealen van de Verenigde Staten: It was the only country in history where wealth was not acquired by looting, but by production, not by force, but by trade, the only country whose money was the symbol of man’s right to his own mind, to his work, to his life, to his happiness, to himself. Rand, Atlas Shrugged, 522.

[25] Pierre Bourdieu, “Utopia of Endless Exploitation: The essence of neoliberalism,” laatst aangepast 8 december 1998, http://mondediplo.com/1998/12/08bourdieu.; Baron, Social Theory in Popular Culture (Londen: Palgrave Macmillan, 2013), 138.

[26] Baron, Social Theory, 138-139

[27] Ibid., 138.

[28] Brian Stableford, “Ecology and dystopia” in The Cambridge Companion to Utopian Literature, ed. Gregory Claeys (Cambridge: Cambridge University Press, 2010), 264-265

[29] Slavoj Žižek, “Who is responsible for the US shutdown?” laatst aangepast 11 oktober, 2013, http://www.theguardian.com/commentisfree/2013/oct/11/who-responsible-us-shutdown-2008-meltdown-slavoj-zizek

Bibliografie:

Baron, Lee. Social Theory in Popular Culture (Londen: Palgrave Macmillan, 2013).

Bourdieu, Pierre. “Utopia of Endless Exploitation: The essence of neoliberalism,” laatst aangepast 8 december 1998, http://mondediplo.com/1998/12/08bourdieu.

Clardy, Alan. “Galt’s Gulch: Ayn Rand’s Utopian Delusion,” Utopian Studies 23 (2012): 238-262.

Fitting, Peter. “Utopias Beyond Our Ideals: The Dilemma of the Right-Wing Utopia,” Utopian Studies 2 (1991): 95-109.

Marcuse, Herbert. Negations (Harmondsworth: Penguin. 1968).

Marcuse, Herbert. Towards a Critical Theory of Society: collected papers of Herbert Marcuse vol. 2, Ed. Douglas Kellner, (New York: Routledge, 2001).

Rand, Ayn. The virtue of Selfishness (New York: New American Library, 1964).

Rand, Ayn, N. Branden, A. Greenspan & R. Hessen, Capitalism: the unknown ideal, (New York: Penguin, 1986).

Rand, Ayn & Leonard Peikoff, The Journals of Ayn Rand (New York: Penguin, 1999).

Rand, Ayn. Atlas Shrugged (New York: Signet, 2007).

Riha , Tomas J.F. “Rand’s Egoism and Marx’s Collectivism: An Ethical Perspective,” International Journal of Social Economics 21 (1994).

Stableford, Brian. “Ecology and dystopia” in The Cambridge Companion to Utopian Literature, ed. Gregory Claeys (Cambridge: Cambridge University Press, 2010).

Žižek, Slavoj. “Who is responsible for the US shutdown?” laatst aangepast 11 oktober, 2013, http://www.theguardian.com/commentisfree/2013/oct/11/who-responsible-us-shutdown-2008-meltdown-slavoj-zizek

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s